Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

avocado - (tropische boom en vrucht (Persea americana))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

avocado zn. ‘tropische boom en vrucht (Persea americana)’
Nnl. De boom, draagende eene vrucht, die Avoacat genoemd wordt [1770; WNT advocaat III], avocado of avocadopeer [1968; Mengelberg].
Ontleend aan verouderd Spaans avocado ‘id.’, ook ‘advocaat (rechtsman)’, en dus wrsch. een volksetymologische omzetting van Spaans aguacate ‘avocado’ [1560; Corominas], dat is ontleend aan Nahuatl (Azteeks) ahuacatl ‘avocado’ [1541; Friederici].
Door volksetymologie heeft aguacate via Spaans avigato ook nog Engels alligator(pear) ‘avocado’ [18e eeuw] opgeleverd. Het Nederlands heeft dit woord weer aan het Engels ontleend in de vorm alligatorpeer [1932; Winkler Prins]. De avocado wordt in het Nederlands naar aanleiding van haar vorm en haar boterachtige vruchtvlees ook wel boterpeer genoemd. Tevens bestaat de naam advocaatpeer. Van de vruchtnaam is misschien de alcoholische-dranknaam → advocaat 2 afgeleid.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

advocaat3 [tropische boom en vrucht] {avoacat 1770} < avocado (vgl. advocaat2).

avocado [boom, vrucht] {avoacat, advocaaten-boom 1770, avocado na 1950} < spaans aguacate < verouderd spaans avocado < nahuatl ahuacatl, waaruit ook alligator(peer) ontstond (vgl. advocaat3).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

avokado s.nw.
Peervormige tropiese vrug.
Uit Eng. avocado (1697 in die samestelling avogato pear), of miskien verkorting van avokadopeer, 'n leenvertaling van Eng. avocado pear.
Eng. avocado uit verouderde Sp. avocado (in Sp. tans aguacete). Sp. avocado is 'n volksetimologiese verbastering van die Nahuatl (Asteketaal) ahuacatl 'testikel', so genoem vanweë die vrug se peervorm.
Ndl. avocado (na 1950), D. Avocado (20ste eeu).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

advocaat’ (de, -caten), 1. avocado, een gekweekte boom uit Midden-Amerika (Persea americana, Advocaatfamilie*). De advocaat is tweehuizig: alleen de vrouwelijke bloemen dragen vruchten (WB e.a. 133). - 2. avocado (avocadopeer, alligatorpeer), vrucht van deboom. Hij vindt het te veel moeite om via een achterdeurtje bij een vrouw binnen te gaan met een zakje grote advocaten en manjes* om haar zogenaamd te verwennen (Vianen 1971: 104). - Etym.: Oudste vindpl. van 2 Teenstra 1835 II: 250. Vgl. Sp. en E avocado en S afkati; afkomstig van Asteeks ‘ahuacat’ (Enc.Sur. 15). Men kent in Sur. de eierdrank a. niet, de jurist wel (zie ook: praktizijn*). - Syn. van 1 advocaatboom*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

avokado: pln., ook bek. as murgpeer (Persea gratissima, fam. Lauraceae), – avogato/avokado-/advokaat-/advokatepeer (laaste drie tout., want avokado is reeds ’n peer, vgl. ook kweper, en laaste twee volkset.); Ndl. a(d)vokaat/a(d)voca(a)t (sedert die 17e eeu bek.), Eng. avocado, Fr. avocat (ouer aguacaté), Hd. advokat (ouer avogado/avogato), Sp. avocado (ouer aguacate) gaan almal terug op Mex. ahuacatl.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

advokaat [bepaalde vrucht]. Van het Spaanse avocado, volksetymologische vervorming van het Mexicaanse ahuacatl. Deze naam voor de Persea gratissima heeft in het Spaans ook nog opgeleverd aguacate, waarvan het Franse aguacat (naast avocat). Marryat schrijft in F. Mildmay nog abbogada pear. De Engelse matrozen hebben dit verder verbasterd tot... alligator pear. Zeer eigenaardig is het volgende vers van Cowley uit 1660, geciteerd in Hobson-Jobson:
The Aguacat no less is Venus’ Friend
(To th’Indies Venus’ Conquest doth extend)
A fragant Leaf the Aguacata bears;
Her fruit in fashion of an Egg appears,
With such a white and spermy Juice it swells
As represents moist Life’s first principles. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

avocado (verouderd Spaans avocado)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

avocado ‘boom, vrucht’ -> Indonesisch apokat, advokat ‘boom, vrucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

advocaat tropische boom en vrucht 1770 [WNT]

avocado boom, vrucht 1968 [Moderne WP voor de vrouw] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal