Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bondage - (het vastbinden bij s.m.-spel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bondage zn. ‘het vastbinden bij s.m.-spel’
Nnl. bondage “algolagnistische tuchtigingsmethode” [1970; Broersma].
Ontleend aan Engels bondage ‘id.’, maar vaak met Franse uitspraak van het achtervoegsel.
In het Engels betekende het oorspr. ‘lijfeigenschap’; het gaat terug op middeleeuws Latijn bondagium, een afleiding met het achtervoegsel → -age van Middelengels bonde ‘lijfeigene’ (Oudengels bonda ‘boer’). Dit is zelf een ontlening aan Oudnoords bóndi ‘boer’, ontstaan uit het teg.deelw. van būa ‘wonen’, zie → bouwen.

EWN: bondage zn. 'het vastbinden bij s.m.-spel' (1970)
ANTEDATERING: artikelen voor bondage, flagellantisme, sadisme enz. enz. [1969; LC 12/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bondage [sadomasochistische omgang met vastgebonden partner] {1982} < engels bondage < oudengels bōnda (> middelengels bond [echtgenoot, gezinshoofd] > engels bond [slaaf]) < oudnoors bōndi [gezinshoofd], van būa [wonen, bouwen].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bondage (Engels bondage)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

bondage [bondidzj] {binding} tak van seksueel vermaak waarbij het genoegen wordt verkregen uit de weerloosheid van een van de deelnemers en het veroorzaken daarvan door vastbinden e.d.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

bondage zn. Ontleend aan het Engels.
= knevelseks, bondage [Nl.uitspr.].

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

dienstweigeraar [iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen] (1970). R.G. Broersma publiceert Recht voor z’n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels, met veel neologismen op het gebied van seks, drugs en rock-’n-roll, en politiek. Onder meer het woord dienstweigeraar is opgenomen, voor iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen. Andere voorbeelden op het gebied van de politiek: actiecomité, actiegroep, actieprogram, activist, consumptiemaatschappij, cultuurpessimist, drop-out, flowerpower, langharig werkschuw tuig, love-in, omturnen, skinhead, vormingsleider, workshop. Op het gebied van seks: bondage, condoomautomaat, dildo, glijmiddel, groepsseks, partnerruil, pot (‘lesbienne’), prikpil, rampetampen, sadomasochisme, spiraaltje. Op het gebied van drugs: amfetamine, bewustzijnsverruimend middel, blowen, chinezen, clean, dealer, dopen, doping, drugs, druggebruiker, flippen, geestverruimende middelen, hasjroker, joint, junkie, lsd-trip, pot, psychedelica, weed. Muziektermen: alarmschijf, diskjockey, folk-rock, folksong, hitparade, piratenzender, popster, tieneridool.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bondage sadomasochistische omgang met vastgebonden partner 1970 [Recht voor raap] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal