Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bunzig - (bevreesd)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bunzig* [bevreesd] {1838} is mogelijk verwant met bunzing, het dier dat bij sommige volkeren het symbool van de vreesachtigheid is. De bunzing is familie van de wezel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

beuzig, bn.: bang (voor). Heterofoon van Bargoens bunzig ‘bevreesd voor, bang voor’ (Endt). Het woord zou teruggaan op bunzing, een vreesachtig dier.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

bunzig angstig (verschillende dialecten). Afleiding bij *buns, dat men aantreft in holsteins bunsen jagen ‘een gefingeerd jagen op bunzings’ en dat dus ‘bunzing’ betekenen moet. De betekenis ‘angstig’ is dan duidelijk: bunzings zijn bange dieren, getuige de uitdrukking bang als een wezel (de bunzing hoort tot de wezels). Dit *buns is ablautend verwant met got. bansts ‘schuur’ en nl. boes ‘koestal’ de bunzing leeft nl. veelal in stallen.
WNT III 1894, Ghijsen 149, Scholtmeijer 64, Hessmann 185-193, Mensing I 587.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal