Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

elite - ((uitverkoren) groep van bevoorrechte mensen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

elite zn. ‘(uitverkoren) groep van bevoorrechte mensen’
Nnl. elite ‘de keur, het uitgelezen gedeelte (van de bevolking)’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans élite (Oudfrans eslite ‘keuze’ [1176; TLF], ‘beste deel’ [eind 14e eeuw; TLF]), verl.deelw. van élire ‘verkiezen’ (letterlijk betekent élite dus ‘uitverkoren, uitgekozen’) < Latijn ēligere ‘verkiezen’, gevormd uit → ex- ‘uit-’ en het werkwoord legere ‘uitlezen, kiezen’ (zie → legende en zie ook → elect).
De elite van een natie was een uitgelezen minderheid die bijzondere sociale, geestelijke en zedelijke kwaliteiten geacht werd te bezitten en die als geprivilegieerde, leidinggevende groep optrad in een hiërarchisch opgebouwde maatschappij. Selecties waren drieledig: bloed, bezit en prestatie bepaalden of iemand wel of niet tot de elite behoorde (periode 16e tot 19e eeuw). Pas in de 20e eeuw begonnen klassenmaatschappijen te wankelen. In de jaren 1960 waren er heftige discussies in de politiek tussen links en rechts over de elite en elitarisme (= het bevorderen van de belangen van de elite). Hierdoor heeft elite in het Nederlands in het algemeen een negatieve connotatie gekregen.
elitair bn. ‘bestemd voor een elite’. Nnl. elitair ‘id.’ [1974; Koenen]. Ontleend aan Frans élitaire [1968]. In het Frans zijn in de jaren 1960 twee bn. élitaire en élitiste gevormd als afleiding bij het zn. élite. Maar omdat het Frans, veel meer dan het Nederlands, élite ook in een positieve betekenis gebruikt, hebben deze bn. zich later in betekenis gedifferentieerd: élitaire ‘behorend tot een elite’ heeft nu geen enkele negatieve connotatie; het is Frans élitiste dat nu met ons elitair correspondeert. Het afkeurende woord elitair deed nij ons ruim opgeld in de links-rechts-polemiek begin jaren 1970.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

elite [het geselecteerde gedeelte] {1824} < frans élite [idem], eig. een vr. verl. deelw. van élire [(ver)kiezen], dus uitverkoren, uitgelezen < latijn eligere (vgl. electie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

elite s.nw.
Uitgelese, boonste laag van 'n samelewing.
Uit Ndl. elite (1824).
Ndl. elite uit Fr. élite 'uitverkore', die verlede dw. van élire 'kies'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

elite: “(die) aansienlikes”; Ndl. elite, soos Eng., uit Fr. élite, “keur”, verb. m. Lat. eligere, “uitkies” (e- uit ex-, “uit”, + legere, “kies”).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

elite ‘het geselecteerde gedeelte’ -> Indonesisch élit ‘het geselecteerde gedeelte’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

elite het geselecteerde gedeelte 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal