Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geschiedenis - (gebeurtenis; beschrijving van wat gebeurd is; geheel van de kennis van het verleden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

geschiedenis zn. ‘gebeurtenis; beschrijving van wat gebeurd is; geheel van de kennis van het verleden’
Mnl. ghesc(h)ienesse/-nisse ‘gebeurtenis, beschrijving, (historisch) verhaal’ in dat ict hier na vertellen sal hare gescienisse ‘dat ik hierna haar lotgevallen vertellen zal’, van gescienessen die gescieden ‘van dingen die gebeurd zijn’ [beide 1315-35; MNW-R], ‘het gebeurde, de omstandigheden’ in dat hijs in effeninge wilde gaen na alle gescienesse ‘dat hij tot een vergelijk wilde komen na alles wat er gebeurd was’ [ca. 1350; MNW], ook in de vorm ghesciedenesse [1460-80; MNW-R]; mnl. geesten of geschiedenissen van Romen ‘verhalen en vertellingen (over de gebeurtenissen) in Rome’, als boektitel (z.a.) [verschenen in 1481; Picarta]; vnnl. boeken van de Geldersse Geschiedenissen ‘boeken over gebeurtenissen uit het Gelderse verleden’ [1654; WNT vervolgen]; nnl. de Vaderlandsche Geschiedenissen [1749; WNT vaderlandsch], de geschiedenis bestaat in res facti: dat is ... in gebeurtenissen [ca. 1820; WNT].
Afleiding met het achtervoegsel → -nis van het werkwoord → geschieden. In het Middelnederlands is de vorm meestal nog geschienesse, afleiding van geschien, de oudere vorm van het werkwoord.
Met een ander achtervoegsel (pgm. *-ti) mnd. (ge)schichte ‘gebeurtenis, toeval’, ohd. gesciht ‘id.’ (nhd. Geschichte).
Oorspr. betekent het woord uitsluitend ‘vertelling van waar gebeurde of veronderstelde gebeurtenissen’. In de Vroegnieuwnederlandse periode begon men te publiceren over reeksen gebeurtenissen uit het verleden, ofwel over geschiedenissen. De betekenis van dit meervoud ging later als collectieve betekenis over op het enkelvoud.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geschiedenis* [het gebeurde] {gescienesse, gescienisse [het gebeuren, geschiedenis, wording, lotgevallen, geschiedverhaal] 1201-1250, gesciedenesse 1401-1500} van middelnederlands gescien, met jongere invoeging van d (vgl. geschieden).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

geschiedenis znw. v., mnl. ghescienesse, -nisse, ‘gebeuren, wedervaren’, later gebruikt als term voor historie. Een andere afl. van geschieden is mnd. geschichte, schichte, ohd. gescicht ‘gebeurtenis, toeval’, dat in het nhd. geschichte ‘geschiedenis’ werd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geschiedenis znw. Afl. van geschieden; mnl. ghescienesse, -nisse v. “het gebeuren, wedervaren”. Hiernaast ohd. gesciht v. (nhd. geschichte), mnd. (ge)schicht(e) v. “gebeurtenis, toeval”. Mnl. ghescichte o. = “pijl, schicht”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

geschiedenis (de -- herhaalt zich) (vert. van Frans l’histoire se répète)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geschiedenis ‘historie’ -> Fries skiednis ‘historie’; Duits dialect Geschedenis, Geschidenis ‘historie’; Negerhollands geskiedenis ‘historie’; Papiaments geschiedenis ‘historie als schoolvak’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geschiedenis* het gebeurde 1401-1500 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal