Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ijsberen - (rusteloos heen en weer lopen)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

IJsbeer
De afgelopen winter werd op Nova Zembla door de Russische autoriteiten de noodtoestand uitgeroepen. De reden: een invasie van hongerige ijsberen. Door de wereldwijde opwarming van de aarde zijn er steeds meer zorgen over de ijsbeer en zijn leefgebied. Minder zorgelijk maar zeker interessant is een heel andere kwestie: hoe komt de ijsbeer eigenlijk aan zijn naam?

Sterrenbeelden
De ijsbeer komt alleen voor in het noordpoolgebied. Taalkundig gezien is dit een bijzonder toeval. Het bijvoeglijk naamwoord arctisch (‘tot de noordpool behorend’) gaat namelijk terug op het Oudgriekse arktos (‘beer’). De oude Grieken hadden geen weet van ijsberen; ze gaven twee sterrenbeelden aan de noordelijke hemel de namen Grote Beer en Kleine Beer omdat de contouren aan beren deden denken. De Poolster, zo genoemd omdat hij in het noorden staat en dus naar de noordpool wijst, maakt deel uit van de Kleine Beer. Vandaar dat de Grieken de noordpool aanduidden als polos arktikos (‘de pool van de beer’). De Griekse benaming voor de zuidpool, polos antarktikos, herkennen we in Antarctica. De naam van het continent is gevormd door toevoeging van het voorvoegsel anti (‘tegenovergesteld’).
Aan het eind van de zestiende eeuw zochten de Nederlanders een doorvaart naar Azië via de Noordelijke IJszee, en ze kwamen daarbij voor het eerst in aanraking met ijsberen. Op 12 juni 1596 werd tijdens een expeditie door Willem Barentsz en zijn mannen bij een net ontdekt eiland een ijsbeer gedood. Ze gaven dat eiland de naam Bereneiland. De huidige Noorse naam Bjørnøya is hiervan de letterlijke vertaling. Toen Nederlandse walvisvaarders aan het begin van de zeventiende eeuw bij de 2277 meter hoge berg op het eiland Jan Mayen − de noordelijkste actieve vulkaan ter wereld − ijsberen waarnamen, noemden ze die berg Beerenberg, wat tot op de dag van vandaag de internationaal gebruikelijke benaming is.

Sneeuwbeer
De benaming ijsbeer was eind zestiende eeuw nog niet gebruikelijk in het Nederlands. Een ijsbeer die op 6 september 1595 twee matrozen doodde die aan de zuidkust van Nova Zembla op zoek waren naar bergkristal, werd door Jan Huygen van Linschoten beschreven als “eenen grooten witten Beyr”. In de reisverslagen uit die tijd is steevast sprake van ‘witte beren’. In de zeventiende eeuw sprak de dichter Vondel poëtisch van een ‘sneeuwbeer’.
In de tweede helft van de achttiende eeuw kreeg de ijsbeer zijn huidige wetenschappelijke naam: Ursus maritimus, letterlijk ‘zeebeer’. Die naam was gekozen omdat het leefgebied van de ijsbeer het in zee drijvende ijs is, waar hij jacht maakt op zeehonden. De benaming zeebeer werd in die tijd in het Nederlands af en toe als leenvertaling gebruikt, maar was niet succesvol omdat dit woord al in omloop was geraakt voor een robbensoort.
In dezelfde periode komt het woord ijsbeer op. Ook in andere talen raken tegelijk soortgelijke benamingen in omloop; vergelijk het Duitse Eisbär, het Zweedse isbjörn en het Noorse isbjørn. Het is moeilijk te zeggen hoe de precieze ontleningswegen zijn verlopen. Ook in het Engels vinden we in deze periode ice bear. Deze aanduiding is inmiddels vervangen door polar bear. In het Nederlands komt poolbeer de laatste tijd steeds vaker voor, en dat is zonder enige twijfel onder invloed van de Engelse naam.

Barend
IJsberen vormden lange tijd een bijzondere dierentuinattractie. In de kleine kooien liepen de dieren voortdurend heen en weer. Dat heeft in het Nederlands eind negentiende eeuw geleid tot het werkwoord ijsberen voor ‘rusteloos heen en weer lopen’. Dit woord komt in deze betekenis alleen in het Nederlands voor. In het Duits is het herumtigern: tijgers vertonen in gevangenschap hetzelfde gedrag.
Vijftig jaar geleden, van augustus 1968 tot september 1969, verbleven vier Nederlandse studenten biologie op Spitsbergen. Zij namen deel aan een internationaal ijsbeeronderzoek. Daartoe verdoofden ze de dieren met een injectiepijltje en voorzagen ze van een merk. De allereerste ijsbeer die op deze wijze werd behandeld, kreeg behalve een nummer een eigen naam. In het logboek van de expeditie staat te lezen: “Onze gemerkte beer 251 genaamd Barend laat zich nadat hij de spekton heeft ontdekt, moeilijk verjagen.” Was dat een hommage aan Noordpoolreiziger Willem Barentsz of een toespeling op het kleuter-tv-programma Barend de Beer, dat van 1964 tot 1968 met groot succes werd uitgezonden?
[Beelen, Hans en Nicoline van der Sijs (2019), ‘IJsbeer’, in: Onze Taal 4, 26.]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ijsberen ‘rusteloos heen en weer lopen’ -> Fries iisbeare ‘rusteloos heen en weer lopen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ijsberen* rusteloos heen en weer lopen 1897 [WNT wandelen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal