Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lucide - (helder, scherpzinnig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lucide bn. ‘helder, scherpzinnig’
Nnl. lucide ‘helder’ [1824; Weiland], ‘helder, onbevangen’, lucide oogenblikken ‘heldere momenten (van een krankzinnige)’ [beide 1864; Calisch].
Ontleend aan Frans lucide ‘helder’ [1478; Rey] en overdrachtelijk ook van personen [1825; Rey], ontleend aan Latijn lūcidus ‘duidelijk, helder’, oorspr. ‘licht’, afleiding van het zn. lūx (genitief lūcis) ‘licht’, verwant met → licht 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lucide [helder] {1824} < frans lucide < latijn lucidus [lichtend, helder, duidelijk], van lucēre [licht geven, duidelijk zijn], van lux (2e nv. lucis) [licht].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lucide helder 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal