Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

streven - (zich beijveren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

streven ww. ‘zich beijveren’
Mnl. streven ‘zich verzetten, strijden (tegen)’ in want hi streeft scheghen alle dit in contrarie dat ghi mi bid ‘want hij verzet zich tegen dit alles, in tegenstelling tot wat jij me vraagt’ [1276-1300; VMNW], nem in dinen moet Dattu ... niet na valschen goede streves ‘Onthoud dat je niet naar oneerlijk verkregen bezit streeft’ [1390-1410; MNW-R].
Mnd. streven ‘stijf worden of zijn; zich rekken; zich verzetten; strijden; zich moeite geven’; ohd. streben, strebōn ‘moeite doen’ (nhd. streben; nfri. stribje ‘streven; ruw, stroef worden’); < pgm. *stribōn-, *stribēn-.
Wrsch. een afleiding van een bn. dat verschijnt als mnd. stref, strif ‘stijf’ en mnl. straf ‘id.’, maar waarvan de herkomst onduidelijk is. Misschien horen deze woorden bij de wortel pie. *(s)ter(h1)- ‘star, stijf’ (IEW 1026) van → star. De variant strijven (zwak) is pas in het vnnl. geattesteerd en was weinig frequent. Deze is dus misschien slechts secundair ontstaan. Engels strive ‘streven’ is geen erfwoord, maar ontleend aan Oudfrans estriver ‘strijden’, waarvan de herkomst onzeker is; misschien is het een Frankisch leenwoord en dan toch verwant met strijven. Zie ook → stribbelen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

streven* [zich beijveren] {1276-1300 in de betekenis ‘zich oprichten, zich toeleggen op, strijden’} oudsaksisch strevon [ijverig bezig zijn], oudhoogduits streben [streven, zich verzetten]; van dezelfde i.-e. stam als strijd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

streven ww., mnl. strēven ‘streven, zich verzetten, zich verheffen’, Teuth. strēven ‘streven’, os. strevon ‘ijverig in de weer zijn’, ohd. strëbēn ‘streven, zich verzetten’ (nhd. streben); daarnaast staan laat-mnl. wederstrîfelen ‘tegenstribbelen’, ouder-nnl. strijven ‘streven, strijden’, ouder-md. strīben (sterk) ‘streven’; vgl. nog mnd. nnd. strif, stref ‘stijf, vast’. — gr. steriphos ‘star, hard, vast, onvruchtbaar’, striphnós ‘hard, vast’ (IEW 1026). — Van idg. wt. *streibh naast *streidh, waarvoor zie: strijd. — Daar men zich hier bevindt in de woordgroep van het primitieve bosbedrijf, moet men van een concrete handeling uitgaan; daartoe biedt het woord strēvel ‘lat voor het vastmaken van een tent op een schip’ gerede aanleiding, vgl. nog nhd. strebe ‘schuinse steunbalk’ en strebepfeiler ‘stutpilaar’. Men moet dus uitgaan van balken, die gebruikt werden om zijwaartse druk op te vangen, waaruit zich de bet. ‘stutten’ zowel als ‘weerstreven, tegenstand uitoefenen’ ontwikkelden. De verklaring van J. H. van Lessen Ts 66, 1949, 119-134 gaat te zeer van abstracte begrippen uit.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

streven ww., mnl. strēven “streven, zich verzetten, zich verheffen”. = Teuth. streven “streven”, ohd. strëbên “streven, zich verzetten” (nhd. streben), oudmd. of os. strëvon “ijverig in de weer zijn”. Met ë uit i. Ablautend met ouder-nnl. strijven “streven, strijden”, laat-mnl. wēder-strîfelen “rebellare”, ouder-md. strîben (praet. strêp) “streven”. Uit ’t Germ. ofr. estriver “strijden”, estrif “strijd” (> eng. to strive, strife znw.). Germ. strī̆-ƀ- is hoogerop met strī̆-̆ð- (zie strijden) verwant. Direct verwant is mogelijk gr. striphnós; sphinktós, puknós, stereós (Hes.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

streven o.w., Mnl. id. + Ohd. strebên (Mhd. en Nhd. id.), van denz. wortel als strijden. Hieruit Ofra. estriver en Eng. to strive.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

afsjtreven, ww.: tegenspreken. Afl. van sjtreven.

streven, sjtreven, zich, wederk. ww.: discussiëren. Mnl. streven’zich oprichten’, Vnnl. streven ‘zich schrap zetten, streven, zich inspannen, redetwisten’ (Kiliaan), D. streben, Ohd. streben, strebôn, Mhd. streben ‘zich bewegen, weerstand bieden, zich oprichten, stijf zijn’. Daarnaast is er het sterke ww. Mhd. strîben, ouder Ndl. strijven ‘streven, strijden’, met freq. stribbelen. Idg. *streibh-, labiaaluitbreiding bij *(s)ter(ә)-, *(s)trê- ‘star, stijf zijn’. Afl. sjtrever ‘gelijkhebber; schoorpaal’, afsjtreven ‘tegenspreken’. Freq. sjtrevelen ‘kijven’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

straven ww.: aanhoudend vragen, zaniken om iets te krijgen. Het woord komt vooral voor in het halfrijmend woordpaar vragen en straven, waarin de twee woorden gewoonlijk nagenoeg synoniem zijn. Vanwege de bekende wisseling v/g (Leys 1960) kunnen de woorden eigenlijk als rijmend worden beschouwd. Vermoedelijk omwille van het rijm < streven ‘zich beijveren, zijn best doen’. Afl. afstraven ‘aftroggelen’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

streven tegenstribbelen, het beddegoed wegduwen (Achel-Hamont). = streven ‘proberen te bereiken’. Abl. ~ ouder nl. strijven (= eng. strive ‘streven, vechten’), waarvan stribbelen is afgeleid.
Bernaerts 114.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

streven ‘zich beijveren’ -> Fries streevje ‘zich beijveren’; Fries streve ‘zich beijveren’; Deens dialect stræve ‘zich beijveren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds sträva ‘zich beijveren’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

conservatief [politiek behoudend] (1848). In 1848 breken overal in Europa revoluties uit. Een direct gevolg hiervan was een grondwetswijziging naar Engels voorbeeld, op initiatief van de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). De invloed van Engeland op de Nederlandse politieke ontwikkelingen is in deze periode zeer groot, en als gevolg daarvan worden er veel Engelse politieke termen overgenomen, zoals conservatief, debater, demonstratie (‘betoging’), imperialisme, internationaal, parlement, pragmatisme, protectionisme en quorum. De nieuwe staatsinrichting in de negentiende eeuw zorgt sowieso voor allerlei nieuwe termen in het Nederlands, zoals actief kiesrecht, passief kiesrecht, kieswet en volksvertegenwoordiging. Neerlandicus Jan te Winkel zegt hierover in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Zoo heeft de meer democratische regeeringsvorm van 1848 allerlei woorden in onze spreektaal ingevoerd, die of geheel nieuw waren of te voren slechts nu en dan waren geschreven. Daar het jeugdig parlementarisme zich het zooveel oudere en meer ontwikkelde Engelsche in menig opzicht tot voorbeeld nam, kwamen er als van zelf ook Engelsche woorden in de mode, als budget (naast “begrooting”), club, en daarvan de jongere samenstelling kamerclub, meeting en speech [...]. Partijnamen ontstonden als clericaal en christelijk-historisch, behoudend en vooruitstrevend (’t laatste nog jong, zooals over het algemeen het streven zonder nader aangeduid doel), socialistisch (of sociaal, zooals het volk zegt) en radicaal, dat nu ook absoluut gebruikt kan worden, terwijl men vroeger alleen van “radicaal bedorven”, enz. kon spreken. Tamelijk nieuw zijn ook nog monsterverbond, kiesplicht, stemplicht, dienstplicht, leerplicht , schoolplicht. Tot het allernieuwste (sinds 1897 bekend) behoort ook stempotlood.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

streven* zich beijveren 1276-1300 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal