Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijsheid - (het wijs, verstandig zijn)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijsheid ‘het wijs, verstandig zijn’ -> Deens vished ‘zekerheid’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands wiesheit, wiesheid ‘het wijs, verstandig zijn’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

695. De gierigheid (of de zuinigheid) bedriegt de wijsheid,

d.w.z. ‘overdreven spaarzaamheid is onverstandig en noodzaakt dikwijls in 't vervolg tot groote uitgaven’; fri. de gjirregens bidraecht de wysheit. Vgl. Servilius, 197: de giericheyt bedriecht de wysheit; Campen, 16; Sartorius II, 5, 62; Geneuchl. Ged. 58; Spieghel, 294 en Vondel I, 191:

Want dat de gierigheyd de Wysheyd wel bedrieght,
Is een gemeene spreuck, die door de monden vlieght.

Ook bij Tuinman I, 131; Halma, 187; Sewel, 284; Harreb. I, 238; Antw. Idiot. 494; Waasch Idiot. 259; Eckart, 158: Gîrigkeit bedriegt de Wîsheit.

1763. In pacht hebben,

vooral in de zegswijze de wijsheid (of de waarheid) in pacht hebben, voor zich de wijsheid of de waarheid alleen bezitten; pedant zijn. In de 17de eeuw bij De Brune, Bank. II, 437: Deze zijn dan noch zoo zoet op haer zelven gezet, dat zy meenen de wijsheyd gepacht en de wetenschap beleent te hebben. Zie verder Tuinman I, 182: Neuswys noemt men ymand, van wien men ook schertzende zegt: Hij heeft de wysheid gepacht; Harreb. II, 167; Ndl. Wdb. XII, 112; 119; V. Duyse, Vrol. 138: 't Verstand is met de pap den jonkere ingegeven. Hij heeft de wijsheid zelve in pacht; B.B. 162: Die denken allemaal dat ze familie van koning Salomo zijn en de wijsheid in pacht hebben; De Telegraaf, 30 Nov. 1914 p, 3 k. 3 (ochtendbl.): Dat hij alleen in heel Europa de financieele wijsheid in pacht heeft; De Gids 1914, 3, 436: Hildebrand die alles ten goede leidt, die de wijsheid in pacht en iedereen ‘in zijn zak’ heeft; Nederland, 1914, II, 7; fri. hy hat de wysheid yn pacht; Afrik. hy maak asof hy al die wysheid in pag het.

1799. Hij is penningwijs en pondzot,

d.w.z. hij is zuinig op een penning en verkwistend met ponden; hij is zuinig op de centen en royaal met de dubbeltjes; hij gaat van het eene uiterste in het andere en weet den middelweg niet te bewandelen, eene navolging van het eng. he is penny wise and pound foolish; ndl. centens wijsheid is guldens domheid. Vgl. Harreb. II, 178 en De Cock2, 288: Hij is oordje-gierig en stuiverken-zot; I.J. de Bussy, De Koopman, uit een zedekundig oogpunt, p. 13: Voor den kleinhandel geldt het spreekwoord: ‘zorg voor de stuivertjes, de guldens zullen wel voor zich zelven zorgen’; de groothandel heeft tot devies: ‘de vrijer van het stuivertje, de zot van den gulden’. De koopman moet wagen.

2474. Voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (of van de porceleinkast).

Deze spreuk treffen we in de 16de eeuw aan bij Spieghel, 272: Voorzichticheid is de moer van alle wijsheid; zoo ook later in de Klucht v.d. Pasquil-maecker, 18: Je hebt ook sonder twijfel geweten, dat de voorsichtigheyt hier te lant de moeder van alle wijsheyt wort geheten; Paffenr. 200; bij J. Vos, Aran en Titus, bl. 27: Voorzichtigheid is moeder van het gelukBij Tuinman I, 239: De naarstigheid is de moeder van 't geluk.. Later, naar het schijnt eerst in onze eeuw, is de wijsheid vervangen door de porceleinkast of iets dergelijks. Vgl. Harreb. II, 405: Voorzigtigheid is de moeder van de porceleinkast, - der fijne bierglazen; Joos, 193: De voorzichtigheid is de moeder van de wijsheid, - van den porceleinwinkel, - van de glazekens, van den potjeswinkel; verder Antw. Idiot. 1370; Taalgids V, 180; afrik. Versigtigheid is die moeder van wijsheid; Ten Doornk. Koolm. I, 544 a; Wander IV, 1701: Vorsicht is die Mutter der Weisheit, der Tapferkeit, des Porzellanladens; fr. la prudence est la mère de l'assurance.

2573. Als de wijn is in den man, is de wijsheid in de kan.

De waarheid in deze woorden vervat, wordt in de Prov. Comm. 3 uitgedrukt door: als die dranc comt, so is die reden wt, waarvoor we bij Spieghel, 227 vinden: als de wijn inghaat, zoo ghaat de wijsheid uyt; Cats I, 473: als de wijn ingaet, soo gaet de wijsheit uyt; De Brune, 170:

 Daer de wijn gaet in de huyd,
 Daer gaet al de wijsheyd uyt.
 Daer de wyn gaet in de man,
 Gaet de wijsheyd in de kan.

Zie vooral Bebel, no. 442 en vgl. verder Tuinman I, 120; nal. 19; Sewel, 971; Harreb. I, 378 b; II, 461 a; Antw. Idiot. 1443; Wander V, 110; 114; nd. is dat Bêr in 'n Manne, is de Gêst in 'r Kanne (Eckart, 51); is t bêr ut de kan', is d' ferstand ut de man (Ten Doornk. Koolm. II, 570); hd. Wein ein, Witz aus; eng. when wine is in, wit is out; fr. quand le vin entre dans le corps, le jugement s'en va dehors.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal