Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zieltogen - (op sterven liggen)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

zieltogen ww. ‘op sterven liggen’
Middelnederlands sieltōghen ‘de laatste adem uitblazen, in doodsstrijd liggen’ (1455–1465, in Devote oefeninge van Brugman: Ooc sach se hem bleeck werden ende sieltoghen, ende in dat leste saghen se hem … sinen geest geven); met Gelderse overgang o > a in Teuthonista (1477) syeltaighen ww., syeltaigher ‘die op sterven ligt’, syeltaighyng ‘doodsstrijd’. Sporadisch komt de variant zieltijgen voor (Hooft, 1635), met preteritum zieltoech (1491, Leven van Sinte Clara).
Vroegnieuwnl. sieltoghen ‘op sterven liggen’ (1561), zieltogen (1618); vanaf de 17e eeuw ook overdrachtelijk ‘noodlijdend zijn, wegkwijnen’. Kiliaan kent ook het synoniem sielbraecken ‘= doodbraecken, zieltogen’. Finiete vormen zoals hij, gij zieltoocht komen zelden voor, maar wel bij Bredero en Vondel. Met –e- zeldzaam, dichterlijk, zieletogen (1753).
Verwante vormen: Middelnederduits sēl(e)tōgen, –tagen ww., seletoginge ‚doodsstrijd‘. Nieuwnederduits seeltagen, seeltögen, verhoogduitst seelzagen.
Samenstelling van ziel en togen ‘trekken’, een Germaans zwak ww. *tugōn dat met tijgen verwant is. De Oostnl. en Nederduitse vormen met -tagen wijzen expliciet op *tug–, het kan dus niet om het ww. togen gaan met de betekenis ‘tonen’, dat uit *taugjan- komt. In zieltogen moet togen worden opgevat als het onovergankelijke ‘trekken, zich begeven naar’, de ziel ‘trekt’ dus ‘weg’.
Het enige andere ww. dat uit een zn. en togen bestaat, is Nnl. ademtogen (1623), aemtoghen (1661) ‘ademhalen’, maar daarin is adem lijdend voorwerp. Wobbe de Vries (1925: 200) opperde dat zieltogen een kruising van ademtogen ‘adem trekken’ en sielbraecken ‘de ziel opgeven’ is. Maar zieltogen is meer dan 150 jaar voor ademtogen geattesteerd, en sielbraecken zeer zeldzaam.

Literatuur
de Vries, Wobbe. 1925. Etymologische aanteekeningen (vervolg). TNTL 44, 192–206.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zieltogen* [op sterven liggen] {syeltaighen 1477} van ziel + togen1 [trekken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zieltogen ww., laat-mnl. sieltōghen (in religieuse geschriften), Teuth. sieltoighen, mnd. sēl(e)tōgen is een samenstelling van ziel en het ww. Kiliaen tōghen (vetus), mnd. tōgen, ohd. zogōn, ofri. togia, oe. togian (ne. tow), on. toga ‘trekken’ < germ. *tugōn, te vergelijken met lat. educāre. Zwak gevormd naast het sterke tijgen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zieltogen ww., laat-mnl. (in godsdienstige literatuur) sieltōghen. = Teuth. sieltoighen, mnd. sêl(e)tōgen. Een opvallende samenst. met Kil. “toghen. vetus. Trahere”, mnd. tōgen “trekken”; zie teug.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zieltogen ono.w., een samenst. gelijk ademtogen, met togen (z.d.w.) = trekken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zieltogen ‘op sterven liggen’ -> Zweeds själatåget ‘op sterven liggen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zieltogen* op sterven liggen 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal